Volwassen geadopteerden

Stem kinderen en volwassenheid

Volwassen geadopteerden en voormalig pleegkinderen
Kennisflits 2019:4 Meeste volwassen geadopteerden tevreden met hun leven
Interlandelijke adoptie roept zowel positieve als negatieve reacties op en de discussie dringt door tot ver in het beleid. Afstand en adoptie zijn zware ingrepen in het leven van mensen. Vanuit de media overheerst vaak een negatieve berichtgeving over adoptie. Maar weerspiegelt dit beeld hoe de meeste van de 40.000 interlandelijk geadopteerden denken over hun adoptie? Om hierover duidelijkheid te krijgen, werd in 2016 een vragenlijstonderzoek uitgevoerd naar de tevredenheid van een grote, gevarieerde groep interlandelijk geadopteerden in Nederland.


Adoptie positieve interventie op lange termijn 
Op 16 april 2012 promoveerde Christie Schoenmaker op resultaten over het een groep geadopteerden die nu tot in de jong-volwassenheid zijn gevolgd. Zij vond dat stabiele zorg geadopteerden helpt schadelijke gevolgen te overwinnen. Ze vond dat ondervoeding in de vroege jeugd geen effect had voor hun latere beroepsniveau en dat een sensitieve moeder tot in het 23ste levensjaar van invloed was op de gehechtheid van het kind.

 Vroege ondervoeding hangt samen met een lagere IQ-score van het adoptiekind op 7-jarige leeftijd en (in mindere mate) op 23 jaar. Het speelt echter geen rol bij het beroepsniveau van de geadopteerde. Geadopteerden met vroege ondervoeding hebben een even goede maatschappelijke positie als degenen zonder vroege ondervoeding. Andere factoren zijn ook belangrijk bij het krijgen van een goede baan, bijvoorbeeld sociale vaardigheden die geadopteerden meekrijgen vanuit hun adoptiegezin. 


Tienerzwangerschappen
In Zweden is gekeken of er bij internationaal geadopteerde meisjes vaker tienerzangerschappen plaatsvonden dan bij hun leeftijdsgenoten. Dit bleek niet het geval te zijn, ondanks extra risicofactoren bij geadopteerden, zoals een vervroegde puberteit. Bij correctie voor sociaal economische status bleek tienerzwangerschap wel vaker voor te komen bij de geadopteerden, waarbij een Latijns-Amerikaanse afkomst en een latere adoptieleeftijd een risicofactor vormden (Ref. Ekeus 2009). 


Succesfactoren bij pleegkinderen
In een onderzoek naar succesvolle jong-volwassen voormalige pleegkinderen werd hen gevraagd naar 'succesfactoren'. Zij noemden gevoel van competentie, het hebben van doelen voor de toekomst, sociale ondersteuning en betrokkenheid bij maatschappelijke activiteiten (Ref. Hass, 2009).


Adolescenten uit pleegzorg
In maart 2009 verschenen artikelen waarin het perspectief van volwassenen die uit pleegzorg zijn gekomen wordt belicht. Hierbij wordt onder andere gekeken naar het belang van stabiele plaatsingen en vrienden en het effect van goede zorg op depressies bij volwassen alumni (ref. Hyde, White, Shook 2009).


Kennisflits 2018:4 Goed nieuws bij allemansvriendjesgedrag
Allemansvriendjesgedrag werd als een zorgelijk effect van verblijf in tehuizen gezien, dat gekoppeld was aan zich niet echt kunnen hechten. De studie van Kennedy en collega’s heeft goed nieuws: hoewel allemansvriendjesgedrag aan kan houden tot in de volwassenheid, zijn de geadopteerden vaak veilig gehecht en zijn tevreden over hun leven.

Share by: