EurAdopt en ICAR, twee internationale adoptiecongressen in 2026
Een overvloed aan kennis en inzichten

In 2026 vonden opnieuw de twee belangrijkste internationale congressen rond interlandelijke adoptie plaats: The International Conference on Adoption Research (ICAR9), waarin de nieuwste wetenschappelijke inzichten worden gedeeld, en het EurAdopt congres, dat zich richt op beleid en praktijk. Een overvloed aan kennis en inzichten, waarvan ik er hierbij een aantal wil delen.
ICAR en EurAdopt zijn heel verschillende congressen. ICAR is ontstaan om wetenschappers van allerlei terreinen van wetenschap die zich bezig houden met interlandelijke adoptie samen te brengen. Zij presenteren er de nieuwste onderzoeksresultaten, wisselen ervaringen uit en leren elkaar beter kennen.
Afgelopen juli organiseerde de universiteit van Porto ICAR9. Rond de 240 deelnemers kwamen gedurende ruim drie dagen bijeen om te luisteren naar zo’n 220 presentaties. De ochtenden startten met overzichtspresentaties over bepaalde thema’s. Daarna volgde een stortvloed van korte presentaties van 10 minuten waarin onderzoekers de nieuwste resultaten van onderzoek en ervaringen deelden. Vol met informatie, tevreden en behoorlijk uitgeput kwamen we van ICAR9 terug.
Het EurAdopt-congres heeft een andere insteek. Het wordt georganiseerd door EurAdoptleden, Europese adoptieorganisaties die zich inzetten voor een ethisch verantwoorde adoptiepraktijk. Ondanks de grote uitdagingen waarvoor adoptieorganisaties momenteel staan, werd dit jaar in Malta een indrukwekkende conferentie georganiseerd met ruim 100 deelnemers.
Het programma was opgebouwd rond drie hoofdthema’s: de ervaringen van volwassen geadopteerden, onderzoek en beleid en praktijk. In workshops werden praktische toepassingen van adoptienazorg gepresenteerd in kleinere groepen. Voorbeelden waren een Fins systeem waar geadopteerden levenslang nazorg kunnen krijgen, Zweedse rootsreizen, een Belgisch buddyprogramma voor geadopteerden en een Nederlands systeem van ondersteuning bij het zoeken via INEA.
Wat viel op?
Allereerst: de trend dat er steeds meer volwassen geadopteerden aanwezig zijn, als deelnemer én als presentator, zet door. En waar dat eerder soms wat ongemakkelijk voelde, heb ik het idee dat er nu een verschuiving bezig is, waarbij iedereen naar hetzelfde doel streeft: een zo goed mogelijk leven voor de geadopteerde. De neuzen dezelfde kant op.
Er is ook steeds meer aandacht voor onderwerpen die juist door de ervaringen van geadopteerden zichtbaar zijn geworden. Identiteit is daarvan een belangrijk voorbeeld, maar ook de concrete ervaringen dat verlies, ontberingen en adoptie een leven lang invloed kunnen hebben. Zowel tijdens ICAR als tijdens EurAdopt riepen geadopteerden op dat bij adoptie niet alleen het belang van het kind voorop moet staan, maar dat je ook het belang van de toekomstige volwassene mee moet wegen. Daarnaast werd gewezen op het belang van meer aandacht voor de gevolgen voor volgende generaties.
Met alle aandacht voor de huidige thema’s van identiteit, ervaringen van geadopteerden en misstanden bij adopties in het verleden, lijkt soms bijna het herstellende effect van adoptie uit het oog verloren te worden. Daarom was het waardevol dat in beide congressen een overzicht werd gegeven van de gevolgen van de ontberingen die veel kinderen vóór de adoptie hebben meegemaakt, vaak in kindertehuizen, en waar dit verder kan doorwerken in het latere leven. In beide conferenties presenteerde Jesús Palacios, een van de toonaangevende onderzoekers hoe kennis rond effecten van de periode voorafgaand aan adoptie, adoptie en leven na adoptie zich ontwikkeld heeft. Hij schetste hoe we in het begin niets wisten, hoe de kennis toenam over hoeveel schade tehuizen en ontberingen in de vroege jeugd konden aanbrengen, en hoeveel herstel er mogelijk is in adoptiegezinnen. Ook benadrukte hij hoe sterk geadopteerde kinderen kunnen verschillen in hun achtergrond, de aard en duur van de ontberingen die zij hebben meegemaakt en hun mogelijkheden na adoptie. Geen ’one size fits all’.
Na zoveel jaren onderzoek en ervaringen zie je wetenschappelijke overeenstemming over de grote lijnen en dat de aandacht zich nu verplaatst naar de nuances. Zo wordt nu aandacht besteed aan waar gevolgen van ontberingen biologisch zijn vastgelegd en herstel ook in een stabiele en liefdevolle opvoedingssituatie moeilijk is. Sommige effecten van ontberingen in de vroege jeugd komen bovendien pas tot uiting na de puberteit. Ook zie je dat effecten van latere levenservaringen, zoals rond identiteit, geleidelijk een steeds belangrijkere plaats innemen. Identiteit was lang geen groot thema in onderzoek, omdat vooral naar de ontwikkeling van de kinderen werd gekeken. Zoals het in een van de presentaties werd verwoord: “Wanneer je kijkt naar het herstel in de ontwikkeling van kinderen na adoptie, kijk je naar het individu. Maar de eerdere context van het kind, dat het uit een eigen setting met familie, cultuur, en etnische achtergrond komt, die kreeg pas veel later aandacht.”
‘Lived experiences’
De sessie tijdens ICAR waarin verschillende geadopteerden hun persoonlijke ervaringen deelden, raakte diep. Alicia Desrochers, die haar eerste veertien maanden in een van de vreselijk verwaarlozende tehuizen van Ceauşescu in Roemenië had doorgebracht voordat ze was geadopteerd, maakte de ontberingen en herstel van zo’n tehuis zichtbaar in haar persoonlijk verhaal en beelden. Zij vertelde over haar ontwikkelingsachterstanden, en haar schaamte over wat haar was overkomen. Later beseft zij dat haar levensverhaal niet alleen getuigde van verlies, maar ook van uitzonderlijke veerkracht “I am a survivor”. Met steun van haar adoptieouders wist ze haar leven op te bouwen en kon ze nu vertellen dat ze nu werkte als maatschappelijk werkster. En samen met het verdriet van verlies, stelt ze ook dat “een geadopteerde zijn ook betekent dat je een ongelofelijke overlever bent, die het verdient gehoord en gevierd te worden”. Die boodschap, zo vertelde zij, deelt ze graag met andere geadopteerden.
Levenslang
Een terugkerend thema op beide congressen was dat afstand en adoptie levenslang doorwerken. Daarom is levenslang ondersteuning nodig. Hierbij kwam ook aan de orde dat het afbouwen van adoptie, met verlies van adoptieorganisaties en de kennis die zij hebben over de omstandigheden, achtergronden en documentatie van de periodes waarin de adopties plaatsvonden, een groot verlies voor geadopteerden kan zijn. Jaqueline Long vertelde hoe zij hoorde dat haar adoptieorganisatie zou gaan stoppen. Voor haar en haar broer was deze organisatie altijd een plek geweest, die met hun kennis en activiteiten een vaste grond en een houvast bood. Dat deze steun zou verdwijnen gaf haar een diep gevoel van verlies en onzekerheid. Voor levenslange nazorg moet ook de benodigde expertise behouden blijven en een betrouwbare infrastructuur beschikbaar zijn voor bijvoorbeeld de toegankelijkheid van adoptiedossiers.
Identiteit
Binnen het thema identiteit vond ik de uitwerking van het door geadopteerden ontwikkelde Adoptie Bewustzijns Model (ACM) boeiend. Dit model, ontwikkeld met geadopteerden, beschrijft hoe geadopteerden zich kunnen bewegen langs verschillende toetsstenen of fasen, wanneer zij worden geconfronteerd worden met ingrijpende ervaringen rond hun adoptie. Het model begint bij een situatie van relatieve rust of tevredenheid ieen ‘status quo’. Een ‘breuk’ kan ontstaan na een ingrijpende gebeurtenis, zoals ervaring van verlies, discriminatie, of confrontatie met mogelijke misstanden, of het verlies van een adoptieorganisatie die je vertrouwde. Zo’n breuk kan leiden tot ‘dissontantie’, het gevoel dat het eigen levensverhaal niet langer klopt of onvoldoende verklaart wat ervaren wordt. Hieruit kan ‘expansiveness’ ontstaan: waarin ruimere perspectieven ontstaan en je jezelf kunt heruitvinden. Dit kan leiden tot ‘agency’ – een gevoel van regie over je eigen leven en hiernaar kunnen handelen. Het mooie van het model is dat het niet als een rechte lijn van stadium naar stadium gaat, maar dat het als een soort spiraal werkt: rond verschillende onderwerpen kun je je op verschillende plekken in het proces bevinden. David Asplund breidde het concept uit naar de maatschappij. Hij liet zien hoe het Zweedse onderzoeksrapport naar misstanden bij adopties in het verleden als een soort ‘breuk’ voor de samenleving heeft gewerkt. Satwinder Sandhu liet zien dat het model waardevol kan zijn voor hulpverlening en beleid, omdat het helpt reacties van geadopteerden beter te begrijpen en in context te plaatsen.
Tijdens het EurAdopt congres gaven Lynette Long en Tam Kane beelden bij het thema identiteit. Lynette Long beschreef hoe zij zich tijdens de puberteit voelde alsof zij een “gezicht had dat een verhaal vertelde dat niemand begreep, van buiten succesvol, van binnen stil”. Zij legde ook de nadruk op het levenslange thema van adoptie. Ook Tam Kane probeerde de zaal mee te geven hoe het ‘anders zijn’ voelt. Zij vertelde een Zimbabwaans verhaal waar een baviaan een jonge haas redt, hem opneemt en leert te overleven in de jungle. Als een baviaan. De haas zegt later “maar je hebt mij nooit gevraagd: ‘wie ben je?’” Met dit verhaal maakte ze voelbaar dat het belangrijk is dat kinderen ook erkenning krijgen voor hun eigen afkomst en identiteit.
Vanuit die gedachte ontwikkelde Tam Kane samen met andere geadopteerden het AFDIT model. Dit model ondersteunt de matching van kinderen met een andere etnische achtergrond door aan de ene kant de behoeften van het kind in te schatten, en aan de andere kant het bewustzijn, inlevingsvermogen, de bereidheid en de vaardigheden van aspirant-adoptieouders om ruimte te bieden aan de identiteit van hun toekomstig kind.
Moeders in Taiwan
Ook oorspronkelijke ouders en geboortefamilie kwamen op beide congressen aan bod. Voor mij was het meest vernieuwende verhaal dat van Yenchi Ting en Zoe Pai, maatschappelijk werkers en adoptienazorg coördinator van Cathwel, een tehuis in Taiwan, van waaruit veel interlandelijke adopties plaatsvinden. Tijdens het EurAdopt-congres vertelden zij hoe ze moeders begeleiden die overwegen afstand te doen van hun kind. Allereerst proberen het kind binnen de familie te houden. Als dat niet lukt, begeleiden ze de moeders bij het afscheid, bij hun rouw, en bij het aanhouden van contact met hun kind en de adoptiefamilie. Ze begeleiden de moeders ook wanneer hun kind later probeert contact met hen te leggen, omdat hereniging oude wonden opnieuw kan openen, zowel vóór als na het contact. Moeders kunnen bijvoorbeeld Engelse les volgen, deelnemen aan lotgenotengroepen en hulp krijgen bij het begrijpen en verwerken van hun trauma’sEen uniek voorbeeld van levenslange adoptienazorg in een land van herkomst.
Een schaduwverhaal
Holly Grant-Marsney liet vanuit haar eigen ervaring zien hoe ingewikkeld een afstandsgeschiedenis met pijnlijke elementen kan zijn. ‘Het schaduwverhaal naast het sprookje’ noemde ze dit. Adoptieouders staan eerst voor de moeilijke vraag of, wanneer en op welke manier zij zulke informatie met hun kind delen. Wanneer de geadopteerde zelf kinderen krijgt, komt die met hetzelfde dilemma te zitten: leg je de last van het schaduwverhaal bij het kind of draag je het geheim, en als je besluit om het verhaal te delen, hoe doe je dat dan? Haar verhaal laat zien hoe gevolgen van afstand en adoptie kunnen doorwerken in de volgende generatie.
Beleid en ethiek
Ook beleid, ethiek en misstanden bij interlandelijke adoptie kwamen in beide congressen aan bod. Zo vertelden geadopteerden tegen welke barrières ze aanliepen bij het zoeken naar oorsprongsinformatie in hun land van herkomst, zowel praktisch als emotioneel.
Laura Leinaweaver liet zien hoe ingewikkeld het kan zijn om recht te doen. Met een voorbeeld van een niet-gelegaliseerde, maar betrouwbare afstandsverklaring van een biologische vader, liet zij zien hoe juridische regels niet altijd het beste belang van de geadopteerde dienen.
Ook bij de overheidsonderzoeken naar misstanden bij adopties in het verleden werden kritische vragen gesteld. David Asplund uitte zijn zorgen over de wijze waarop conclusies van het Zweedse onderzoek soms worden getrokken. Hij ziet dat nuancering vaak ontbreekt doordat puur gefocust wordt op misstanden. Hierdoor wordt wat afwijkt al snel als misstand gedefinieerd. Daarnaast worden vergaande conclusies getrokken op basis van beperkte feitelijke informatie (inductief redeneren).
Tijdens mijn presentatie heb ik vergelijkbare kanttekeningen geplaatst bij het Nederlandse onderzoek naar misstanden. Ik presenteerde een raamwerk met vragen die kunnen helpen om informatie rond afstand en adoptie die op het eerste gezicht onjuist of onvolledig lijkt, zorgvuldig te beoordelen voordat deze als misstand wordt aangemerkt. Daarbij gaat om vragen als: gelden onze normen altijd en overal, of is er ruimte voor andere normen in andere culturen en tijden? En welke rol kan wetenschappelijke kennis spelen bij het beantwoorden van vragen? Hoe uitgekristalliseerd is kennis over de verschillende invalshoeken? Zulke vragen zijn van belang, omdat onderzoek laat zien dat geadopteerden die worden geconfronteerd met mogelijke misstanden gemiddeld minder tevreden zijn over hun adoptie en hun leven.
Kristien Wouters van Steunpunt Adoptie en Ariane van den Berghe van de Centrale Autoriteit in Vlaanderen presenteerden de persoonlijke aanpak die de Vlaamse overheid heeft ontwikkeld voor geadopteerden, adoptie- of oorspronkelijke ouders die zorgen hebben over het adoptie dossier. Zij kunnen hun zorgen melden, worden gehoord, waarna een onafhankelijke organisatie onderzoek kan doen. Daarnaast is psychosociale steun beschikbaar.
Terugkijken
Als ik terugkijk op deze congressen, zie ik vooral betrokken en gepassioneerde deelnemers. Ook is het duidelijk dat de dalende aantallen interlandelijke adopties niet betekenen dat deze congressen hun betekenis verliezen. Integendeel. De vragen veranderen, nieuwe inzichten dienen zich aan en de behoefte aan kennis en uitwisseling blijft groot. Steeds duidelijker wordt dat afstand en adoptie geen gebeurtenissen zijn die alleen doorwerken in de jeugd van geadopteerden. Ze kunnen een leven lang een rol spelen, niet alleen voor geadopteerden zelf, maar ook voor hun kinderen en mogelijk ook voor volgende generaties. En hierover is nog veel te leren.








