Kennis kost wat

  • by 37505194cf42981d30358767baa5bc509d30ecb6
  • 22 May, 2017

Juist voor beleid rond emotionele onderwerpen als pleegzorg en adoptie is wetenschappelijke kennis belangrijk. Daar wil ik met het  KennisBureau ter Meulen aan bijdragen.

De Kennispiramide

‘Opinions are cheap, knowledge is expensive’ las ik onlangs in een artikel. In deze tijd waarin waarheden onder druk staan, ‘nepnieuws’ gebruikt wordt en gevoelens van mensen zwaarder tellen dan feiten, was dit voor mij een eye opener. Dit is wat ik met mijn Kennisbureau voor Pleegzorg en Adoptie voor ogen heb.

Kennis en wetenschap
Ik ben een groot voorstander van het gebruik van wetenschappelijke kennis. En zeker binnen zulke emotionele thema’s als pleegzorg en adoptie. Wijs beleid vraagt volgens mij afgewogen omgaan met kennis en ervaring. Iedereen kent wel een verhaal over pleegzorg of adoptie, maar dat geeft geen goed inzicht. 
De kennispiramide hierboven laat zien hoe informatie ontstaat uit het ordenen van data, en kennis uit het zorgvuldig interpreteren van informatie.  Dat proberen we in de wetenschap. Wijsheid is een volgende stap.

De kracht van wetenschap
Ook wetenschap staat ter discussie, zeker als resultaten uit het verleden voorspellend moeten zijn voor de toekomst. Kijk maar naar de klimaatdiscussie, naar economie. 

Maar het grote voordeel van wetenschappelijk onderzoek is dat dit 

  • iets uitzoekt bij een zo onbevooroordeeld mogelijke groep en 
  • bij grote(re) aantallen (kwantitatief),
  • of zorgvuldig uitpuzzelt welke factoren een rol kunnen spelen bij een vraagstuk (kwalitatief). 
Persoonlijke ervaringen kunnen kleur geven aan argumenten, maar kunnen niet als algemeen geldend neergezet worden. Uitkomsten bij een grotere groep geven meer kans iets te zeggen over de hele groep dan de eigen ervaringen. En zeker bij emotionele onderwerpen, zoals adoptie en pleegzorg, is dat belangrijk. Men is bijvoorbeeld in Nederland erg verdeeld of buitenlandse adoptie een goede zaak is of niet. Daarom hebben wij vorig jaar een zo breed mogelijke groep geadopteerden zelf gevraagd of zij tevreden waren met hun adoptie. 

Zorgvuldig werken
Ik ben op dit moment zelf bezig met het schrijven van een wetenschappelijk artikel over dit onderzoek. Ik was mij eerder niet bewust wat een zorgvuldigheid en controles dit vereist. Er worden hoge eisen gesteld aan je gegevens, aan hoe je ze verwerkt en hoe je ze interpreteert. Alles wat ik schrijf wordt meerdere malen door meerdere wetenschappers gecheckt. En dan kan je verwachten dat je na de peer-review nog een keer een herschrijfsessie krijgt. Het kan je maanden kosten voor je artikel geaccepteerd wordt. Ik heb nog een lange weg te gaan. Door deze ervaring heb ik nog meer respect voor de artikelen die ik gebruik.

Hoe dan?
In KennisBureau ter Meulen maak ik gebruik van wetenschappelijke zoekmachines om artikelen over pleegzorg en adoptie te vinden. Ook maak ik gebruik van gespecialiseerde peer-reviewed tijdschriften. Uiteraard neem ik al mijn ervaring en kennis vanuit het ADOC [1] mee, en ik kan processen soms beter begrijpen vanuit mijn persoonlijke ervaringen. Ik probeer met mijn Bureau de voor de praktijk meest relevante wetenschappelijke kennis toegankelijk en beschikbaar te maken. Ik hoef niet in concurrentie met andere organisaties in pleegzorg en adoptie – ik ben volgens mij de enige in Nederland die de internationale literatuur op deze manier scant. Ik werk liever samen.

Waarheden?
Ik verkondig geen waarheden. Ik verzamel kennis die als argumenten gebruikt kunnen worden in het streven naar een betere opvang van kinderen die niet thuis konden wonen. En misschien leidt dit soms tot wijsheid. Van mij en de mensen die mijn diensten gebruiken. Als dat tot verbetering van het leven van kwetsbare kinderen leidt, dan is mijn missie geslaagd.

Gera ter Meulen



[1] Tot 2017 was ik de onderzoeker van het ADOC , Kenniscentrum voor Adoptie en Pleegzorg. Het ADOC moest in 2017 stoppen, met het KennisBureau neem ik dit werk grotendeels over.

VN Richtlijnen Alternatieve Zorg

by 37505194cf42981d30358767baa5bc509d30ecb6 29 Aug, 2017

Want onderzoek heeft laten zien dat opgroeien in een tehuis (zeker voor kinderen onder de drie jaar) schadelijk is. Voor groei, hersenontwikkeling, gehechtheid, stress en nog veel meer. Dus is wereldwijd besloten dat kinderen liefst in gezinnen moeten opgroeien en dat we van tehuizen af moeten. Maar dat valt niet mee! 

De UN Guidelines for Alternative Care en het bijbehorende ‘Moving Forward’  laten zien waarom.

We zorgen toch voor kansloze kinderen?

Veel landen zien nog steeds tehuizen als een goede oplossing voor kinderen die niet thuis kunnen wonen. Ook in Nederland is pas een paar jaar geleden een draai gemaakt met een wetgeving die streeft naar zogenaamde ‘inhuisplaatsingen’ in plaats van tehuisplaatsingen.

Het blijkt heel moeilijk om af te stappen van een beleid met tehuizen:

  • Soms is het gebruik van kindertehuizen overheidsbeleid, de overheid ziet dit als een goede maatregel of weet niet hoe het anders kan;
  • Het  beleidsproces rond alternatieve zorg  kan voor overheden ingewikkelder worden;
  • Sluiten van tehuizen en opzetten van alternatieve zorg is in eerste instantie kostbaar;
  • In sommige landen vallen kindertehuizen onder de non-profit private sector, waar de overheid weinig zeggenschap over heeft;
  • Sluiten stuit op weerstanden van de betrokkenen die er werken, hun inkomen uit tehuizen krijgen, of die als goed doel erin investeren – men denkt voor een goede opvang voor kansloze kinderen te zorgen;
De in de adoptiediscussie genoemde aanzuigende werking van adoptie als oorzaak van tehuizen, wordt in de Guidelines niet als factor genoemd.

Wat is nodig voor deïnstitutionalisering?

Allereerst moet de publieke opinie dat een tehuis een goede optie is, veranderen. Ook (internationale) donoren moeten bewustgemaakt worden dat een tehuis geen goede oplossing voor de kinderen is. Maar er is meer nodig:

  • Er moet politieke wil en budget zijn;
  • Er moeten goede oplossingen gevonden worden voor de kinderen, de staf en het gebouw;
  • Er moet een monitoring systeem worden opgezet (‘no data – no problem – no action’);
  • En er zijn beleidsorganen nodig (nationaal, maar ook regionaal en lokaal) om alles in goede banen te leiden.

Het is moeilijk, maar het kan

Dat laat ‘Moving Forward’ zien met voorbeelden in Moldova, Malawi en Paraguay waarbij het wel lukte.  En wat blijkt?wanneer een systeem is omgebouwd tot familiegerichte zorg, kan het zelfs meer kosteneffectief te zijn dan tehuiszorg. En het belangrijkste: kinderen krijgen betere kansen!

by 37505194cf42981d30358767baa5bc509d30ecb6 06 Jul, 2017

De afgelopen zes weken heb ik een internationale internetcursus ‘UN Guidelines on Alternative Care’ gevolgd, met 5000 anderen. Die anderen maakten het extra speciaal – in discussie sessies vertelden deelnemers uit alle werelddelen hoe alternatieve zorg in hun land geregeld was en wat klopte en wat niet. En ook in onze rijke westerse wereld bleken deelnemers zich zorgen te maken over de situatie van hun kinderen– de werkelijkheid laat nog te wensen ten opzichte van de richtlijnen, hoewel deze al in 2009 zijn aangenomen in de Algemene Vergadering van de VN. Ook Nederland kan hiervan leren: wie denkt dat wij wel voldoen, moet ze eens lezen, en ook het handboek 'Moving Forward'dat de richtlijnen uitwerkt voor beleidsmakers.

Het belangrijkst in de richtlijnen zijn het Noodzakelijkheids principe ( Necessity principle ) en het Geschiktheids principe ( Suitability principle ), met de bijbehorende Poortwachtersfunctie ( Gatekeeping ).

Is uithuisplaatsing nodig?
Het Noodzakelijkheids principe en Poortwachterschap eisen dat eerst nagedacht moet worden of er andere oplossingen mogelijk zijn dan uithuisplaatsing. Hierbij gaat het dus om preventie.

 In de cursus zagen we steeds een stukje video over de zusjes Asha en Lan. Lan is gehandicapt en Asha geeft haar les. Een slechte oogst zorgt ervoor dat de ouders niet meer goed voor de kinderen kunnen zorgen. De ouders roepen in wanhoop een maatschappelijk werker erbij. Zij plaatst Lan in een instelling, waar ze wel les kan krijgen en Asha in een pleeggezin. Een goed besluit?

Het noodzakelijkheidsprincipe wordt praktisch uitgewerkt in Gatekeeping . Dit ‘Poortwachterschap’ bestaat uit een systematische set procedures:

  • een beoordelingsprocedure,
  • individueel gerichte planning en aanpak en
  • wel-onderbouwde besluiten.

Gatekeeping moet screenen dat een kind niet ongerechtvaardigd in een uithuisplaatsings-traject komt. Het belangrijkste uitgangspunt blijft dat het kind in principe het best bij zijn/haar ouders kan blijven. Armoede mag bijvoorbeeld geen reden tot uithuisplaatsing zijn.
Gatekeeping is niet eenvoudig, Het vraagt goed getrainde professionals, die alle relevante sectoren kunnen beoordelen (gezondheid, veiligheid, onderwijs, etc.) en de mogelijkheden en het mandaat krijgen om hun werk op de verschillende niveaus uit te voeren.

Geen besluit zonder de kinderen zelf
Daarnaast is het ook van groot belang dat de kinderen zelf deelneme n in het besluitvormingsproces. Daar hameren de richtlijnen steeds op. Zoals Ghandhi zei ”what you do for me, without me, is against me” . De behoeftes, rechten en gevoelens van de kinderen en jongeren doen ertoe en moeten in de besluitvorming tellen.   If you do not ask the children, no matter what their age is, I don't think you can really, really understand what are their needs and you really cannot give them the support that they need if you do not include them in the decision making process’.

Onderzoek vanuit de hele wereld laat zien dat kinderen zelden deel uitmaken van besluitvorming rond hun zorg, of zo bevraagd worden dat ze echt vertellen wat ze nodig hebben. Dit is in strijd met Artikel 12 uit de Rechten van het Kind, dat kinderen ‘het recht geeft gehoord te worden in alle gerechtelijke en administratieve handelingen die hun leven bepalen’.

Het geschiktheidsprincipe
Volgens het ‘ Suitability principle ’ heeft het kind recht op een individueel op maat gemaakte plaatsing wanneer het echt niet thuis kan blijven. De richtlijnen sporen landen aan te zoeken naar permanente oplossingen voor het kind, zodanig dat ‘de meest geschikte vorm van alternatieve zorg geïdentificeerd en geleverd wordt, met een plaatsing die een volledige en harmonieuze ontwikkeling van het kind bevordert, en veiligheid garandeert’. Doel van de zorg is dat ieder kind individuele aandacht, veiligheid, ondersteuning en stabiliteit krijgt in alternatieve zorg.

Kan onze pleegzorg hieraan voldoen?
We doen ons best, maar zeker permanentie is nog steeds een groot probleem. In de cursus wordt een voorbeeld gegeven van het beleid in Oekraïne, waarbij is gekozen voor een andere volgorde dan bij ons in Nederland: eerst kijken of reïntegratie in de familie mogelijk is. Als dat niet mogelijk is, wordt gekeken of adoptie mogelijk is. Pleegzorg is een optie die daarna komt.

Voer voor overdenking? Lees dan de UN Guidelines of lees Moving Forward voor de implementatie..

In mijn volgende blog zal ik ingaan op wat de Guidelines zeggen over het wereldwijde streven om kinderen buiten kindertehuizen te krijgen en houden, problemen en oplossingen hierbij.

Gera ter Meulen

by 37505194cf42981d30358767baa5bc509d30ecb6 22 May, 2017

‘Opinions are cheap, knowledge is expensive’ las ik onlangs in een artikel. In deze tijd waarin waarheden onder druk staan, ‘nepnieuws’ gebruikt wordt en gevoelens van mensen zwaarder tellen dan feiten, was dit voor mij een eye opener. Dit is wat ik met mijn Kennisbureau voor Pleegzorg en Adoptie voor ogen heb.

Kennis en wetenschap
Ik ben een groot voorstander van het gebruik van wetenschappelijke kennis. En zeker binnen zulke emotionele thema’s als pleegzorg en adoptie. Wijs beleid vraagt volgens mij afgewogen omgaan met kennis en ervaring. Iedereen kent wel een verhaal over pleegzorg of adoptie, maar dat geeft geen goed inzicht. 
De kennispiramide hierboven laat zien hoe informatie ontstaat uit het ordenen van data, en kennis uit het zorgvuldig interpreteren van informatie.  Dat proberen we in de wetenschap. Wijsheid is een volgende stap.

De kracht van wetenschap
Ook wetenschap staat ter discussie, zeker als resultaten uit het verleden voorspellend moeten zijn voor de toekomst. Kijk maar naar de klimaatdiscussie, naar economie. 

Maar het grote voordeel van wetenschappelijk onderzoek is dat dit 

  • iets uitzoekt bij een zo onbevooroordeeld mogelijke groep en 
  • bij grote(re) aantallen (kwantitatief),
  • of zorgvuldig uitpuzzelt welke factoren een rol kunnen spelen bij een vraagstuk (kwalitatief). 
Persoonlijke ervaringen kunnen kleur geven aan argumenten, maar kunnen niet als algemeen geldend neergezet worden. Uitkomsten bij een grotere groep geven meer kans iets te zeggen over de hele groep dan de eigen ervaringen. En zeker bij emotionele onderwerpen, zoals adoptie en pleegzorg, is dat belangrijk. Men is bijvoorbeeld in Nederland erg verdeeld of buitenlandse adoptie een goede zaak is of niet. Daarom hebben wij vorig jaar een zo breed mogelijke groep geadopteerden zelf gevraagd of zij tevreden waren met hun adoptie. 

Zorgvuldig werken
Ik ben op dit moment zelf bezig met het schrijven van een wetenschappelijk artikel over dit onderzoek. Ik was mij eerder niet bewust wat een zorgvuldigheid en controles dit vereist. Er worden hoge eisen gesteld aan je gegevens, aan hoe je ze verwerkt en hoe je ze interpreteert. Alles wat ik schrijf wordt meerdere malen door meerdere wetenschappers gecheckt. En dan kan je verwachten dat je na de peer-review nog een keer een herschrijfsessie krijgt. Het kan je maanden kosten voor je artikel geaccepteerd wordt. Ik heb nog een lange weg te gaan. Door deze ervaring heb ik nog meer respect voor de artikelen die ik gebruik.

Hoe dan?
In KennisBureau ter Meulen maak ik gebruik van wetenschappelijke zoekmachines om artikelen over pleegzorg en adoptie te vinden. Ook maak ik gebruik van gespecialiseerde peer-reviewed tijdschriften. Uiteraard neem ik al mijn ervaring en kennis vanuit het ADOC [1] mee, en ik kan processen soms beter begrijpen vanuit mijn persoonlijke ervaringen. Ik probeer met mijn Bureau de voor de praktijk meest relevante wetenschappelijke kennis toegankelijk en beschikbaar te maken. Ik hoef niet in concurrentie met andere organisaties in pleegzorg en adoptie – ik ben volgens mij de enige in Nederland die de internationale literatuur op deze manier scant. Ik werk liever samen.

Waarheden?
Ik verkondig geen waarheden. Ik verzamel kennis die als argumenten gebruikt kunnen worden in het streven naar een betere opvang van kinderen die niet thuis konden wonen. En misschien leidt dit soms tot wijsheid. Van mij en de mensen die mijn diensten gebruiken. Als dat tot verbetering van het leven van kwetsbare kinderen leidt, dan is mijn missie geslaagd.

Gera ter Meulen



[1] Tot 2017 was ik de onderzoeker van het ADOC , Kenniscentrum voor Adoptie en Pleegzorg. Het ADOC moest in 2017 stoppen, met het KennisBureau neem ik dit werk grotendeels over.

Share by: